De Wmo

Hendrik was een onaangenaam mens. Dat wist hij en dat vond hij niet erg. Zijn vader was eveneens uiterst onuitstaanbaar geweest en veel mensen hadden ook zijn moeder niet gemogen. Hendrik woonde in een soort cul de sac, een doodlopend stukje van een welvarende wijkje met huizen met vaandels voor als je thuis was en nogal kostbare auto’s voor de deur. Eigenlijk hoorde Hendrik daar niet: het huis was te groot en wellicht te duur, maar over het financiële wel en wee van Hendrik was niemand echt op de hoogte. Niemand wist sowieso veel van hem, behalve dat hij daar woonde en dat hij een onaangenaam mens was.

Nu zijn jaren tot respectabele hoogte waren geklommen en hij – voor zover de buurt dat kon vermoeden – nog steeds voor zichzelf zorgde, had op een dag de gemeente zich over hem ontfermd.

Hem werd te verstaan gegeven dat een lid van het sociale wijkteam een keukentafelgesprek met hem zou komen voeren. Over hoe het met hem ging, of hij voldoende voor zichzelf kon zorgen, en wat hij nog wel en niet kon en dat soort dingen. De bijgaande folder sprak van sociale betrokkenheid en participatie.

De vrouw was gekomen en had zich als een zuster opgesteld. Deze meegaande betrokkenheid zelve had eerst getracht Hendrik te doen vertellen wat hij in zijn leven had gedaan, hoe hij zijn geld had verdiend en of hij over veel spaargeld beschikte. Hendrik ontweek elke vraag, antwoordde soms met tegenvragen en deed daarmee een stevig beroep op de standvastigheid van het sociale zusterschap van zijn bezoekster. Hendrik genoot.

Toen kwamen zij te spreken over zijn persoonlijke verzorging. Waste hij zich wel goed?

De gedachte aan een jonge wijkverpleegster die hem twee maal per week eens lekker zou komen wassen sprak hem wel aan, maar dat kon de sociale vrouw niet zomaar toezeggen. Heeft u geen familie die voor u kan zorgen? Hendrik knikte ontkennend en probeerde een droevige blik op te zetten.

Vrienden in de buurt? Wanneer u mensen weet die u wel zouden willen helpen, noem ons die dan, dan gaan wij dat wel voor u regelen, etc. etc.

Het gesprek duurde nog wel een uur en ze spraken over van alles. Het sociale wijkteam had kennelijk nog niet zijn juiste werkwijze gevonden.

Het duurde een dag en een nacht, toen had Hendrik zijn plan klaar. Hij trok een net pak aan, van ouderwetse snit met vlinderdasje, en drentelde naar huisnummer 9. Hij had zelfs de volgorde van zijn bezoeken minutieus gepland.

Natuurlijk, komt u verder mijnheer…Hendrik.. zal ik maar zeggen he? Ze giechelde zenuwachtig. Na enkele stiltes die Hendrik bewust liet vallen vroeg hij: Uw man is er niet?  Ze lachte weer: Nee, au travail he? Hendrik knikte.

De gemeente heeft mij gevraagd om op te geven wie uit de wijk in principe bereid is een klein stukje van mijn persoonlijke verzorging op zich te nemen. Dat is nieuw en nogal dwingend neergelegd in de Participatiewet.

Haar ogen kregen iets benauwds, maar zij besloot niets te zeggen. Haar kapsel zat in een blonde wrong en Hendrik vond dat zij te veel goud droeg voor het uur van de dag.

Twee keer twee uurtjes per week moet genoeg zijn. Door u, samen of afgewisseld met een vriendin.

De vrouw was nauwelijks nog in staat om te luisteren. Hendrik had het over menselijke medeverantwoordelijkheid, over het klaarstaan voor een ander en..

Zij zocht naar woorden en had het weifelend over bestuurslidmaatschappen en sociale verplichtingen. En terwijl Hendrik net was gaan uitleggen waarom het wassen van zijn edele delen zo belangrijk was, verzuchtte de vrouw de woorden waar Hendrik op had zitten wachten: ik kan het niet, ik heb geen tijd.

Het was even stil. Toen zei hij: maar u heeft toch ook nog een dochter, zo’n jonge meid met die blonde paardenstaart?

Het was alsof er iets brak in de vrouw. Hendrik ging verder en had het nog over een lauw ingezeept washandje voor door de bilnaad.

Ten einde raad en met hoogrode konen vroeg de vrouw of er geen andere oplossing was.

Ja, zei Hendrik, dan moet ik de zorg zelf inkopen, want de gemeente moet bezuinigen.

Toen liep het gesprek ineens veel vlotter. Er werd een geldbedrag van enkele honderden euro’s overeengekomen, dat mevrouw dezelfde middag nog aan Hendrik zou overmaken. In ruil zou hij haar, zijn lieve buurvrouw van nummer 9, niet noemen als mogelijke zorgkandidaat. Ja, ja, dat was zekere afdoende.

Terwijl Hendrik ten afscheid zijn hoed optilde, dribbelde hij het erf van nummer 9 af.

Eerst thuis maar eens een kopje thee gaan zetten. Vanmiddag naar nummer 16.

naamloos

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s